Geschiedenis

Eind 1800 bakte Aagje Hartog haar brood in het dorpje Aartswoud in Westfriesland. Dit boerenbrood viel zozeer in de smaak bij de visite uit Amsterdam, dat de familie Hartog werd overgehaald om volkorenbrood in de hoofdstad te gaan verkopen. Zo ontstond op drie hoog achter in de Jordaan bakkerij Hartog, met een productiecapaciteit van twaalf broden. Al gauw werd het huis te klein en de overlast te groot. Daarom verhuisde de familie in 1901 naar de Ruyschstraat 68. De winkel kwam in het voorste deel van het huis. Achter de winkel was het woongedeelte. De daarachter gelegen uitbouw werd gebruikt als maalderij en bakkerij. In het schuurtje op de binnenplaats stond het paard. Het paard was nodig om het brood uit te venten. Dat het daarvoor twee keer daags dwars door het woonhuis en de winkel geleid werd, vond niemand een bezwaar. De klanten in de winkel stapten gewoon even opzij.
Na ruim tachtig jaar werd er in 1984 op de hoek van de straat een nieuw pand gebouwd, waarin de bakkerij nu nog steeds gevestigd is. In dit pand zijn aanpassingen van deze tijd aangebracht, waarbij de oude sfeer en details behouden zijn gebleven.
Doordat de bakkerij te klein werd, waren we al een tijd op zoek naar extra productieruimte. Deze ruimte hebben we gevonden even verderop in dezelfde Wibautstraat. Naast deze productieruimte hebben we ook op deze locatie een bakschool en een verkooppunt voor boterhammen geopend. Sinds 2008 is Hartog’s Boterham een feit.
Als ergens de naam van Hartog’s Volkoren op staat,
weet iedereen dat ’t om kwaliteit gaat.
